Wil je meteen oefenen?
De quiz starten
Deze gids vat de belangrijkste Nederlandse theorieregels samen voor snelheid & afstanden: snelheidslimieten, remafstand, rijden bij mist en aquaplaning (wat veroorzaakt het en wat te doen).
Belangrijkste regels in 60 seconden
Aquaplaning: belangrijkste risicofactoren
- Snelheid is de grootste factor: hogere snelheid = minder tijd om water af te voeren.
- ProfieldiepteDiepere groeven voeren meer water af.
- BandenspanningVerkeerde druk verergert de grip en drainage.
- Brede banden en rijsporen risico verhogen.
Als aquaplaning optreedt
- Rem niet hard.
- Niet scherp sturen.
- Voorzichtig gas loslaten en blijf recht sturen.
- Wanneer de grip terugkeert, stuur dan soepel en bouw de snelheid geleidelijk weer op.
Mistlampen (zeer getest)
- Mistlampen voor: alleen wanneer mist/sneeuw/regen het zicht ernstig vermindert.
- Mistachterlicht: alleen in mist of sneeuw wanneer de zichtbaarheid < 50 m.
- Mist achter is niet voor normale regen - het verblindt bestuurders achter je.
Veilige snelheid = stoppen binnen wat je kunt zien
- Borden geven het maximum aan, maar je moet altijd rijden zodat je kunt stop binnen uw zichtbare vrije afstand.
- Bij mist of hevige regen betekent dat vaak dat je ver onder het aangegeven maximum moet rijden.
Gedetailleerde gids
Aquaplaning: wat het is
Aquaplaning treedt op wanneer zich een dun laagje water vormt tussen de banden en de weg, waardoor de auto gaat “drijven” en het sturen/remmen niet meer werkt. De kans hierop is het grootst bij hogere snelheden en op plaatsen waar zich water verzamelt (bijv. rijsporen).
Wat verhoogt de kans op aquaplaning
- Snelheid: Hoe sneller je rijdt, hoe meer water de band per seconde moet afvoeren.
- Profieldiepte: een dieper profiel voert meer water af (winterbanden hebben vaak diepere groeven).
- Bandbreedte: Brede banden “snijden” minder goed door water en moeten meer water afvoeren.
- Bandenspanning: Onjuiste druk vermindert het contact en de afvoerprestaties.
- Rijsporen: water vult rijsporen; zware voertuigen maken ze vaak (meestal op de rechterrijstrook).
Wat te doen bij aquaplaning (stap-voor-stap)
- Blijf kalm en houd je stuur recht.
- Rustig aan trap het gaspedaal voorzichtig in (geen plotselinge ingrepen).
- Niet hard remmen en stuur niet scherp.
- Wanneer de banden de weg weer raken, soepel sturen en pas de snelheid aan.
Stopafstand (examenbeginselen)
- Stopafstand = reactieafstand + remafstand.
- Veel theoretische berekeningen gaan uit van een gemiddelde reactietijd van ~1 seconde.
- De remafstand neemt sterk toe met de snelheid en wordt veel langer op nat of beijzeld wegdek.
Volgafstand (volgafstand)
- Bewaar ongeveer een 2-seconden onder normale omstandigheden.
- Bij regen, mist, sneeuw of duisternis: vergroot de afstand om jezelf meer tijd te geven.
- Meer afstand = minder kettingreacties bij hard remmen = minder files.
Mist: lichten + snelheidskeuze
- Mistachterlicht: alleen bij mist of sneeuw als het zicht < 50 m.
- Mistlampen voor: alleen toegestaan als het zicht ernstig wordt belemmerd (gebruik ze niet “alleen omdat het regent”).
- Rijsnelheid: kies een snelheid waarmee je stop binnen de afstand die je kunt zien duidelijk is. In zeer dichte mist (bijv. zicht rond 50 m) wordt op veel cursussen geleerd niet harder te rijden dan ca. 50 km/u.
Maximumsnelheid: volg altijd eerst de borden
Vuistregel: als er meerdere snelheidslimieten worden weergegeven, de laagst toepasbare limiet is degene die gevolgd moet worden.
- Snelheidslimieten worden weergegeven door verkeersborden (vaak met tijdplaten) en soms met rijstrookcontroles.
- Typische standaardwaarden voor de theorie (tenzij borden anders aangeven):
- Bebouwde oppervlakte: 50 km/u
- Buiten de bebouwde kom (niet-snelweg/niet-autoweg): 80 km/u
- Autoweg: meestal 100 km/u
- Snelweg: vaak 100 km/u overdag (06:00-19:00) en hogere limieten kunnen van toepassing zijn in de avond/nacht waar aangegeven
- Sommige voertuigtypes hebben hun eigen maximumsnelheden (bijv. vrachtwagens/bussen/slepen) - stem de examenvraag altijd af op de voertuigcategorie.
Veelvoorkomende fouten die je moet vermijden
- Rijd “maximaal”, zelfs als het zicht slecht is - een veilige snelheid moet overeenkomen met de omstandigheden.
- Mistachterlicht in regen of lichte mist (verblindt achteropkomende bestuurders).
- Scherp remmen tijdens aquaplaning in plaats van rustig afremmen.
- Het negeren van de conditie/spanning van de banden (de profieldiepte is enorm belangrijk op natte wegen).
- Bumperkleven: niet genoeg tijd overlaten om te reageren en te stoppen.
FAQ
Wat is stopafstand?
De afstand tussen het moment dat je merkt dat je moet stoppen en het moment dat het voertuig stilstaat: reactie + remafstand.
De afstand tussen het moment dat je merkt dat je moet stoppen en het moment dat het voertuig stilstaat: reactie + remafstand.
Wat is een typische reactietijd die in theorie wordt gebruikt?
Veel berekeningen gebruiken ongeveer 1 seconde als standaard reactietijd.
Veel berekeningen gebruiken ongeveer 1 seconde als standaard reactietijd.
Waarom is snelheid cruciaal voor aquaplaning?
Een hogere snelheid vergroot de kans dat de banden niet genoeg water kunnen afvoeren, waardoor ze grip verliezen.
Een hogere snelheid vergroot de kans dat de banden niet genoeg water kunnen afvoeren, waardoor ze grip verliezen.
Wanneer kun je mistachterlichten gebruiken?
Alleen bij mist of zware sneeuwval als het zicht minder dan 50 meter is.
Alleen bij mist of zware sneeuwval als het zicht minder dan 50 meter is.
Relevante Nederlandse wetgeving (referenties op hoog niveau)
- RVV 1990: algemene maximumsnelheden (art. 20-22).
- RVV 1990: regels voor mistlampen (art. 34).
- RVV 1990: snelheidslimieten op borden (en hun interactie met standaardwaarden) (art. 63/63b).
- WVW 1994: gedrag aanpassen om gevaar/hinder te vermijden (art. 5).
Klaar om te oefenen?
De quiz starten
